musizieren

Definitie en betekenis van "musizieren"in het Duits

musizieren
01

muziek maken

Aktiv Musik zu machen, sei es durch Singen oder das Spielen von Instrumenten
musizieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
musiziere
3e persoon enkelvoud
musiziert
onvoltooid deelwoord
musizierend
onvoltooid verleden tijd
musizierte
voltooid deelwoord
musiziert
Voorbeelden
Nach der Arbeit musiziere ich gerne zur Entspannung.
Na het werk hou ik ervan om te musiceren om te ontspannen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store