musizieren
mu
mu
moo
si
zi
zi
zie
ˈtsi:
tsi
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "musizieren"in het Duits

musizieren
01

muziek maken

Aktiv Musik zu machen, sei es durch Singen oder das Spielen von Instrumenten 
musizieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
musiziere
3e persoon enkelvoud
musiziert
onvoltooid deelwoord
musizierend
onvoltooid verleden tijd
musizierte
voltooid deelwoord
musiziert
Voorbeelden
Wir musizieren jeden Sonntag zusammen in der Kirche. 

We musiseren elke zondag samen in de kerk.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store