marschieren
mar
maʁ
mar
schie
ˈʃi:
shi
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "marschieren"in het Duits

marschieren
01

marcheren, paraderen

Im Gleichschritt und ordentlich gehen, oft als Soldaten oder bei einer Parade 
marschieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
marschiere
3e persoon enkelvoud
marschiert
onvoltooid deelwoord
marschierend
onvoltooid verleden tijd
marschierte
voltooid deelwoord
marschiert
Voorbeelden
Die Soldaten marschieren durch die Stadt. 

De soldaten marcheren door de stad.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store