Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
lügen
01
liegen, bedriegen
Absichtlich etwas sagen, das nicht wahr ist
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lüge
3e persoon enkelvoud
lügt
onvoltooid deelwoord
lügend
onvoltooid verleden tijd
log
voltooid deelwoord
gelogen
Voorbeelden
Warum hast du mich angelogen?
Waarom heb je tegen me gelogen?



























