losfahren
los
lo:s
los
fah
ˈfa:
fa
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "losfahren"in het Duits

losfahren
01

mit einem Fahrzeug die Fahrt beginnen , -

grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
sterk
scheidbaar
partikel
los
basiswerkwoord
fahren
hulpwerkwoord
sein
onvoltooid verleden tijd
fuhr los
voltooid deelwoord
losgefahren
Voorbeelden
Wir fahren morgen früh um sieben Uhr los. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store