Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kreisen
[past form: kreiste]
01
cirkelen, ronddraaien
Sich wiederholt im Kreis bewegen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
kreise
3e persoon enkelvoud
kreist
onvoltooid deelwoord
kreisend
onvoltooid verleden tijd
kreiste
voltooid deelwoord
gekreist
Voorbeelden
Die Kinder kreisten um den Baum.
De kinderen draaiden rond de boom.



























