kratzen
kratzen
kʁat͡sn
kratsn

Definitie en betekenis van "kratzen"in het Duits

kratzen
01

krabben, krassen

Mit etwas Spitzem oder Hartem über eine Oberfläche fahren und dabei Schaden oder unangenehme Empfindungen verursachen 
kratzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
kratze
3e persoon enkelvoud
kratzt
onvoltooid deelwoord
kratzend
onvoltooid verleden tijd
kratzt
voltooid deelwoord
gekratzt
Voorbeelden
Die Katze kratzt am Sofa. 

De kat krabt aan de bank.

02

krabben, wrijven

Mit Fingern, Nägeln oder durch Kontakt mit einem Gegenstand eine Reibung auf der eigenen Haut verursachen 
kratzen definition and meaning
Voorbeelden
Ich habe mich an einem rostigen Nagel gekratzt. 

Ik heb me gekrabd aan een roestige spijker.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store