Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kontrollieren
01
controleren
Prüfen, ob etwas richtig ist oder den Regeln entspricht
grammaticale informatie
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
kontrollierte
voltooid deelwoord
kontrolliert
Voorbeelden
Der Lehrer kontrolliert die Hausaufgaben.
De leraar controleert het huiswerk.



























