der kiefer
kiefer
ki:fɐ
kif
kiffer

Definitie en betekenis van "kiefer"in het Duits

01

kaak, onderkaak

Der Knochen, der den Mund bildet und die Zähne hält 
der Kiefer definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Kiefers
meervoudsvorm
Kiefer
Voorbeelden
Er hat Schmerzen im Kiefer. 

Hij heeft pijn in zijn kaak.

02

den, grove den

ein immergrüner Nadelbaum mit langen Nadeln und Zapfen 
Voorbeelden
Die Kiefer wächst häufig in Wäldern. 

De den groeit vaak in bossen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store