Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
je
01
ooit, eens
In der Vergangenheit bis zum gegenwärtigen Zeitpunkt
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Hast du je so etwas erlebt?
Heb je ooit zoiets meegemaakt ?
02
hoe meer, des te meer
Verhältnisangabe für abhängige Steigerung
Voorbeelden
Je mehr du übst, desto besser wirst du.
Hoe meer je oefent, hoe beter je wordt.



























