Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
imitieren
01
imiteren, nabootsen
Etwas oder jemanden nachahmen, meist um dessen Verhalten, Stimme oder Eigenschaften zu kopieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
imitiere
3e persoon enkelvoud
imitiert
onvoltooid deelwoord
imitierend
onvoltooid verleden tijd
imitierte
voltooid deelwoord
imitiert
Voorbeelden
Der Komiker imitiert perfekt die Stimme des Präsidenten.
De komiek imiteert perfect de stem van de president.



























