heißen
Pronunciation
/ˈhaɪ̯sn̩/

Definitie en betekenis van "heißen"in het Duits

heißen
[past form: hieß]
01

heten, zich noemen

Einen Namen tragen
heißen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
heiße
3e persoon enkelvoud
heißt
onvoltooid deelwoord
heißend
onvoltooid verleden tijd
hieß
voltooid deelwoord
geheißen
Voorbeelden
Das Buch heißt " Deutsch lernen ".
Het boek heet "Duits Leren".
02

betekenen, willen zeggen

Eine Bedeutung oder eine bestimmte Aussage haben
heißen definition and meaning
Voorbeelden
Das kann verschiedene Dinge heißen.
Dat kan verschillende dingen betekenen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store