Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
haben
01
hebben, bezitten
Besitz, Eigentum oder eine Eigenschaft ausdrücken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
habe
3e persoon enkelvoud
hat
onvoltooid deelwoord
habend
onvoltooid verleden tijd
hatte
voltooid deelwoord
gehabt
Voorbeelden
Ich habe einen Hund.
Ik heb een hond.
02
hebben, bezitten
Hilfsverb zur Bildung der Perfekt-, Plusquamperfekt- und Futur-II-Formen
Voorbeelden
Ich habe gegessen.
Ik heb gegeten.



























