Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grenzen
01
grenzen aan, aanpalend zijn
Eine gemeinsame Grenze mit etwas oder jemandem haben
grammaticale informatie
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grenze
3e persoon enkelvoud
grenzt
onvoltooid deelwoord
grenzend
onvoltooid verleden tijd
grenzte
voltooid deelwoord
gegrenzt
Voorbeelden
Die Provinz grenzt im Osten an das Meer.
De provincie grenst in het oosten aan de zee.



























