grauen
grauen
gʁaʊ̯ən
grawēn
grabengrasen

Definitie en betekenis van "grauen"in het Duits

grauen
01

dag worden, krieken

langsam hell werden, wenn der Morgen beginnt 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
graue
3e persoon enkelvoud
graut
onvoltooid deelwoord
grauend
onvoltooid verleden tijd
graute
voltooid deelwoord
gegraut
Voorbeelden
Es begann zu grauen. 

Het begon te schemeren.

02

grijs worden, een grijze kleur aannemen

grau werden oder eine graue Farbe annehmen 
Voorbeelden
Sein Haar begann zu grauen. 

Zijn haar begon grijs te worden.

01

gruwel, angst

Ein starkes Gefühl von Angst, Schrecken oder Entsetzen 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Grauens
Voorbeelden
Das Grauen vor dem Krieg war überall spürbar. 

De gruwel van de oorlog was overal voelbaar.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store