Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grauen
01
dag worden, krieken
langsam hell werden, wenn der Morgen beginnt
Voorbeelden
Noch bevor es graute, waren sie unterwegs.
Al voor het ochtendgloren, waren ze onderweg.
02
grijs worden, een grijze kleur aannemen
grau werden oder eine graue Farbe annehmen
Das Grauen
01
gruwel, angst
Ein starkes Gefühl von Angst, Schrecken oder Entsetzen
Voorbeelden
Sie erzählte von den Grauen, die sie erlebt hatte.
Ze vertelde over de gruwelen die ze had meegemaakt.



























