frühstücken
frühstücken
fʁy:ʃtʏkng
fryshtukng

Definitie en betekenis van "frühstücken"in het Duits

frühstücken
01

ontbijten, het ontbijt nuttigen

Morgens eine Mahlzeit essen 
frühstücken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
frühstücke
3e persoon enkelvoud
frühstückt
onvoltooid deelwoord
frühstückend
onvoltooid verleden tijd
frühstückte
voltooid deelwoord
gefrühstückt
Voorbeelden
Ich frühstücke jeden Tag um 7 Uhr. 

Ik ontbijt elke dag om 7 uur.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store