Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
frieren
[past form: fror]
01
het koud hebben
Kälte empfinden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
friere
3e persoon enkelvoud
friert
onvoltooid deelwoord
frierend
onvoltooid verleden tijd
fror
voltooid deelwoord
gefroren
Voorbeelden
Kinder frieren oft schneller als Erwachsene.
Kinderen hebben het vaak sneller koud dan volwassenen.



























