Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fressen
[past form: fraß]
01
eten, voeden
Nahrung zu sich nehmen, speziell bei Tieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fresse
3e persoon enkelvoud
frisst
onvoltooid deelwoord
fressend
onvoltooid verleden tijd
fraß
voltooid deelwoord
gefressen
Voorbeelden
Der Hund hat den ganzen Napf leer gefressen.
De hond heeft de hele kom opgegeten.



























