Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
vrij, ongebonden
Nicht eingeschränkt oder kontrolliert
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
am freiesten
vergrotende trap
freier
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Sie wollen frei leben.
Ze willen vrij leven.
02
vrij, beschikbaar
Keine Arbeit oder Schule an diesem Tag
Voorbeelden
Ich nehme mir morgen frei.
Ik neem vrij morgen.
03
vrij, beschikbaar
Nicht belegt
Voorbeelden
Das Zimmer ist frei.
De kamer is vrij.
04
zonder, vrij van
Nicht vorhanden oder benötigt
Voorbeelden
Das Produkt ist frei von Zucker.
Het product is vrij van suiker.



























