Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fortsetzen
01
voortzetten, hervatten
Etwas Begonnenes weiterführen oder wiederaufnehmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
fort
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze fort
3e persoon enkelvoud
setzt fort
onvoltooid deelwoord
fortsetzend
onvoltooid verleden tijd
setzt fort
voltooid deelwoord
fortgesetzt
Voorbeelden
Nach der Pause setzten sie ihre Reise fort.
Na de pauze vervolgden ze hun reis.



























