fortsetzen
Pronunciation
/ˈfɔʁtˌzɛʦn̩/

Definitie en betekenis van "fortsetzen"in het Duits

fortsetzen
01

voortzetten, hervatten

Etwas Begonnenes weiterführen oder wiederaufnehmen
fortsetzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
fort
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze fort
3e persoon enkelvoud
setzt fort
onvoltooid deelwoord
fortsetzend
onvoltooid verleden tijd
setzt fort
voltooid deelwoord
fortgesetzt
Voorbeelden
Nach der Pause setzten sie ihre Reise fort.
Na de pauze vervolgden ze hun reis.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store