Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fehlen
01
ontbreken, missen
Etwas ist nicht in ausreichender Menge da
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fehle
3e persoon enkelvoud
fehlt
onvoltooid deelwoord
fehlend
onvoltooid verleden tijd
fehlte
voltooid deelwoord
gefehlt
Voorbeelden
Mir fehlt noch ein Buch.
Ik mis nog een boek.
02
ontbreken, afwezig zijn
Eine Person oder Sache ist nicht da
Voorbeelden
Wer fehlt heute?
Wie mist er vandaag?



























