das Fahrrad
Pronunciation
/ˈfaːɐ̯ʁat/

Definitie en betekenis van "fahrrad"in het Duits

Das Fahrrad
[gender: neuter]
01

fiets, fiets

Ein Fahrzeug mit zwei Rädern, das durch Treten angetrieben wird
das Fahrrad definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Fahrrad(e)s
meervoudsvorm
Fahrräder
Voorbeelden
Wir machen eine Fahrradtour am Wochenende.
We maken een fietstocht in het weekend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store