Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erzählen
01
vertellen, verhalen
Etwas mündlich berichten oder erklären
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
zählen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erzähle
3e persoon enkelvoud
erzählt
onvoltooid deelwoord
erzählend
onvoltooid verleden tijd
erzählte
voltooid deelwoord
erzählt
Voorbeelden
Sie erzählt gerne von ihrer Reise.
Ze vertelt graag over haar reis.
02
vertellen
Etwas ausführlich schildern
Voorbeelden
Der Großvater erzählt vom Krieg.
De grootvader vertelt over de oorlog.
Das Erzählen
[gender: neuter]
01
verhaal, vertelling
Eine mündliche oder schriftliche Darstellung von Ereignissen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Erzählens
meervoudsvorm
Erzählungen
Voorbeelden
Ich lese gern kurze Erzählungen.
Ik lees graag korte verhalen.



























