Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erzeugen
[past form: erzeugte]
01
produceren, genereren
Etwas durch einen Prozess hervorbringen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erzeuge
3e persoon enkelvoud
erzeugt
onvoltooid deelwoord
erzeugend
onvoltooid verleden tijd
erzeugte
voltooid deelwoord
erzeugt
Voorbeelden
Der Motor erzeugt zu viel Lärm.
De motor produceert te veel lawaai.



























