erholen
Pronunciation
/ɛɐ̯ˈhoːlən/

Definitie en betekenis van "erholen"in het Duits

erholen
01

herstellen, bijkomen

Wieder gesund werden
erholen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
holen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erhole
3e persoon enkelvoud
erholt
onvoltooid deelwoord
erholend
onvoltooid verleden tijd
erholte
voltooid deelwoord
erholt
Voorbeelden
Er hat sich schnell von der Grippe erholt.
Hij is snel hersteld van de griep.
02

uitrusten

Sich ausruhen und neue Kraft sammeln
erholen definition and meaning
Voorbeelden
Sie erholte sich im Urlaub am Meer.
Ze herstelde tijdens haar vakantie aan zee.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store