erfreuen
Pronunciation
/ɛɾfrˈɔøən/

Definitie en betekenis van "erfreuen"in het Duits

erfreuen
01

verheugen, verblijden

Jemanden glücklich machen
erfreuen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erfreue
3e persoon enkelvoud
erfreut
onvoltooid deelwoord
erfreuend
onvoltooid verleden tijd
erfreute
voltooid deelwoord
erfreut
Voorbeelden
Kinder erfreuen ihre Eltern mit kleinen Zeichnungen.
Kinderen verheugen hun ouders met kleine tekeningen.
02

zich verheugen, genieten

Sich über etwas freuen
erfreuen definition and meaning
Voorbeelden
Wir erfreuen uns an dem atemberaubenden Blick auf die Berge.
Wij verheugen ons over het adembenemende uitzicht op de bergen.
03

genieten, zich verheugen

Etwas Besitzen oder genießen
erfreuen definition and meaning
Voorbeelden
Er erfreute sich eines beträchtlichen Vermögens.
Hij genoot van een aanzienlijk fortuin.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store