Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erfreuen
01
verheugen, verblijden
Jemanden glücklich machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erfreue
3e persoon enkelvoud
erfreut
onvoltooid deelwoord
erfreuend
onvoltooid verleden tijd
erfreute
voltooid deelwoord
erfreut
Voorbeelden
Sein Geschenk wird sie sicherlich erfreuen.
Zijn cadeau zal haar zeker verheugen.
02
zich verheugen, genieten
Sich über etwas freuen
Voorbeelden
Ich erfreue mich an der schönen Landschaft.
Ik geniet van het mooie landschap.
03
genieten, zich verheugen
Etwas Besitzen oder genießen
Voorbeelden
Das Produkt erfreut sich großer Beliebtheit.
Het product geniet grote populariteit.



























