Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erfahren
01
te weten komen, ontdekken
Etwas neu kennenlernen oder herausfinden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
fahren
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erfahre
3e persoon enkelvoud
erfährt
onvoltooid deelwoord
erfahrend
onvoltooid verleden tijd
erfuhr
voltooid deelwoord
erfahren
Voorbeelden
Sie hat durch einen Freund von dem Jobangebot erfahren.
Ze heeft over de baan gehoord via een vriend.
02
ervaren, beleven
Etwas persönlich erleben oder durchmachen
Voorbeelden
Wir erfuhren auf unserer Reise unvergessliche Abenteuer.
We hebben ervaren onvergetelijke avonturen tijdens onze reis.
erfahren
01
ervaren, deskundig
Mit viel Wissen oder Praxis
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
am erfahrensten
vergrotende trap
erfahrener
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Er ist der erfahrenste Mitarbeiter im Team.
Hij is de meest ervaren medewerker in het team.



























