einzahlen
Pronunciation
/ˈaɪ̯nˌtsaːlən/

Definitie en betekenis van "einzahlen"in het Duits

einzahlen
01

storten, deponeren

Geld auf ein Konto oder in eine Kasse geben
einzahlen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
zahlen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zahle ein
3e persoon enkelvoud
zahlt ein
onvoltooid deelwoord
einzahlend
onvoltooid verleden tijd
zahlte ein
voltooid deelwoord
eingezahlt
Voorbeelden
Er hat gestern 100 Euro eingezahlt.
Hij heeft gisteren 100 euro gestort.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store