einschlafen
Pronunciation
/ˈaɪ̯nˌʃlaːfn̩/

Definitie en betekenis van "einschlafen"in het Duits

einschlafen
01

in slaap vallen, inslapen

In den Schlaf übergehen
einschlafen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
schlafen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
schlafe ein
3e persoon enkelvoud
schläft ein
onvoltooid deelwoord
einschlafend
onvoltooid verleden tijd
schlief ein
voltooid deelwoord
eingeschlafen
Voorbeelden
Das Baby schläft schnell ein.
De baby valt snel in slaap.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store