einprägen
einprägen
aɪ̯npʁɛ:gng
ainpregng

Definitie en betekenis van "einprägen"in het Duits

einprägen
01

duidelijk uitleggen, overbrengen

Jemandem etwas klar und deutlich erklären oder vermitteln, damit es verstanden wird 
einprägen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
prägen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
präge ein
3e persoon enkelvoud
prägt ein
onvoltooid deelwoord
einprägend
onvoltooid verleden tijd
prägte ein
voltooid deelwoord
eingeprägt
Voorbeelden
Der Lehrer prägte den Schülern die Bedeutung von Pünktlichkeit ein. 

De leraar prentte de leerlingen het belang van stiptheid in.

02

griffen, afdrukken

Sich tief ins Gedächtnis eingraben 
einprägen definition and meaning
Voorbeelden
Dieses Erlebnis hat sich mir tief eingeprägt. 

Deze ervaring heeft zich diep in mijn geheugen gegrift.

03

memoriseren, in het geheugen prenten

Etwas bewusst lernen und im Gedächtnis behalten 
einprägen definition and meaning
Voorbeelden
Ich präge mir die Vokabeln mit Karteikarten ein. 

Ik leer de woordenschat met flashcards uit mijn hoofd door ze in het geheugen te griffen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store