einladen
ein
a:n
an
la
la:
la
den
dən
dēn
einlegeneinlebeneinlöseneinreden

Definitie en betekenis van "einladen"in het Duits

einladen
01

uitnodigen, nodigen

Jemandem sagen, dass er zu etwas kommen soll 
einladen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
laden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
lade ein
3e persoon enkelvoud
lädt ein
onvoltooid deelwoord
einladend
onvoltooid verleden tijd
lud ein
voltooid deelwoord
eingeladen
Voorbeelden
Ich lade dich zur Party ein. 

Ik nodig je uit voor het feest.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store