Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
duzen
[past form: duzt]
01
jij-en zeggen, tutoyeren
Jemanden mit "du" ansprechen, also in informeller Form reden
Voorbeelden
Er duzt alle seine Studenten.
Hij spreekt al zijn studenten met "je" aan.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
jij-en zeggen, tutoyeren