sich duschen
Pronunciation
/ˈduːʃn̩/

Definitie en betekenis van "duschen"in het Duits

sich duschen
01

douchen, een douche nemen

Sich mit Wasser waschen
sich duschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
dusche
3e persoon enkelvoud
duscht
onvoltooid deelwoord
duschend
onvoltooid verleden tijd
duschte
voltooid deelwoord
geduscht
Voorbeelden
Kann ich hier duschen?
Kan ik hier douchen?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store