durchlaufen
durchlaufen
dʊrçlaʊ̯fɱ
doorchlawfm
durchlassen

Definitie en betekenis van "durchlaufen"in het Duits

durchlaufen
01

doorlopen, ondergaan

Eine bestimmte Phase oder Entwicklung erleben oder durchmachen 
durchlaufen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
durch
basiswerkwoord
laufen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
durchlaufe
3e persoon enkelvoud
durchläuft
onvoltooid deelwoord
durchlaufend
onvoltooid verleden tijd
lief durch
voltooid deelwoord
durchgelaufen
Voorbeelden
Sie durchlief eine schwierige Ausbildung. 

Ze heeft een moeilijke training doorlopen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store