Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
donnern
01
donderen, rommelen
Ein lautes, tiefes Geräusch machen, das bei Gewitter entsteht
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
donnere
3e persoon enkelvoud
donnert
onvoltooid deelwoord
donnernd
onvoltooid verleden tijd
donnerte
voltooid deelwoord
gedonnert
Voorbeelden
Plötzlich begann es zu blitzen und zu donnern.
Plotseling begon het te bliksemen en te donderen.
02
donderen, rommelen
Ein lautes, tiefes Geräusch verursachen
Voorbeelden
Der Lkw donnerte über die Straße.
De vrachtwagen donderde over de straat.



























