Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Deckel
01
deksel, deksel
Abdeckung, die ein Gefäß oder eine Schale verschließt
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
deckels
meervoudsvorm
deckel
Voorbeelden
Sie setzt den Deckel auf den Topf.
Ze zet het deksel op de pan.



























