Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Busch
01
struik, heester
Eine niedrige, verzweigte Pflanze mit vielen dünnen Stämmen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Busches
meervoudsvorm
Büsche
Voorbeelden
Dieser Busch trägt im Sommer Beeren.
Deze struik draagt bessen in de zomer.
02
struik, wildernis
Ein wildes, unkultiviertes Waldgebiet
Voorbeelden
Im Busch gibt es viele gefährliche Tiere.
In het struikgewas zijn er veel gevaarlijke dieren.



























