bewähren
bewäh
ˈbəvɛ:
bēve
ren
ʁən
rēn
bewahrenbegehrenbelehrenbefahren

Definitie en betekenis van "bewähren"in het Duits

bewähren
01

zich bewijzen, zich waarmaken

Sich in einer schwierigen Situation oder über Zeit als zuverlässig, stark oder erfolgreich erweisen 
bewähren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
währen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bewähre
3e persoon enkelvoud
bewährt
onvoltooid deelwoord
bewährend
onvoltooid verleden tijd
bewährte
voltooid deelwoord
bewährt
Voorbeelden
Die neue Mitarbeiterin hat sich in der Probezeit bewährt. 

De nieuwe medewerkster heeft zich bewezen tijdens de proeftijd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store