Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
betreuen
01
verzorgen, begeleiden
Sich um jemanden kümmern und Verantwortung übernehmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
treuen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
betreue
3e persoon enkelvoud
betreut
onvoltooid deelwoord
betreuend
onvoltooid verleden tijd
betreute
voltooid deelwoord
betreut
Voorbeelden
Im Heim betreuen Pfleger die alten Menschen.
Verzorgen van ouderen thuis is de verantwoordelijkheid van verzorgers.
02
begeleiden, beheren
Für ein Projekt oder eine Aufgabe verantwortlich sein
Voorbeelden
Ein Professor betreut seine Doktoranden.
Een professor begeleidt zijn promovendi.



























