der besitz
be
sitz
ˈzɪts
zits
besatz

Definitie en betekenis van "besitz"in het Duits

01

bezit, eigendom

Was jemand gehört oder was er hat 
der Besitz definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Besitzes
Voorbeelden
Das Haus ist sein Besitz. 

Het huis is zijn bezit.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store