Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
behindern
01
belemmeren, hinderen
Jemanden oder etwas daran hindern, eine Handlung auszuführen oder ein Ziel zu erreichen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
hindern
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
behindere
3e persoon enkelvoud
behindert
onvoltooid deelwoord
behindernd
onvoltooid verleden tijd
behinderte
voltooid deelwoord
behindert
Voorbeelden
Die Kisten behindern den Zugang zur Tür.
De dozen belemmeren de toegang tot de deur.



























