beginnen
be
gi
ˈgɪ
gi
nnen
nən
nēn
bekennenbesinnenbegegnenbesonnen

Definitie en betekenis van "beginnen"in het Duits

beginnen
01

beginnen, starten

Etwas fängt an oder man startet etwas 
beginnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beginne
3e persoon enkelvoud
beginnt
onvoltooid deelwoord
beginnend
onvoltooid verleden tijd
begann
voltooid deelwoord
begonnen
Voorbeelden
Der Unterricht beginnt um 8 Uhr. 

De les begint om 8 uur.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store