Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Auto
01
auto, wagen
Ein Fahrzeug mit vier Rädern, das mit einem Motor fährt
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Autos
meervoudsvorm
Autos
Voorbeelden
Wir fahren mit dem Auto zur Arbeit.
We gaan met de auto naar het werk.
02
speelgoedauto, speelgoedautootje
Ein kleines Modellauto zum Spielen
Voorbeelden
Das Auto fährt auf der Spielzeugstraße.
De auto rijdt op de speelgoedstraat.



























