auszahlen
aus
aʊs
aws
zah
tsa:
tsa
len
lən
lēn
auszählenauswählen

Definitie en betekenis van "auszahlen"in het Duits

auszahlen
01

jemandem einen Geldbetrag zahlen, der ihm zusteht , -

grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
zahlen
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
zahlte aus
voltooid deelwoord
ausgezahlt
Voorbeelden
Gehälter und Prämien auszahlen 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store