Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
auswerten
01
evalueren, analyseren
Daten oder Informationen genau prüfen und verstehen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
werten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
werte aus
3e persoon enkelvoud
wertet aus
onvoltooid deelwoord
auswertend
onvoltooid verleden tijd
wertete aus
voltooid deelwoord
ausgewertet
Voorbeelden
Sie wertet die Umfrageergebnisse aus.
Zij beoordeelt de enquêteresultaten.



























