ausklingen
Pronunciation
/ˈaʊsklˌɪŋən/

Definitie en betekenis van "ausklingen"in het Duits

ausklingen
[phrase form: klingen]
01

wegsterven, vervagen

Leiser werden und schließlich verstummen
ausklingen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
klingen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
klinge aus
3e persoon enkelvoud
klingt aus
onvoltooid deelwoord
ausklingend
onvoltooid verleden tijd
klang aus
voltooid deelwoord
ausgeklungen
Voorbeelden
Das Lied klang sanft aus, während die Kerzen erloschen.
Het liedje stierf weg zachtjes terwijl de kaarsen uitgingen.
02

geleidelijk eindigen, zachtjes eindigen

Sich allmählich dem Ende nähern
ausklingen definition and meaning
Voorbeelden
Das Sommerfest klang bei Sonnenuntergang aus.
Het zomerfeest liep ten einde bij zonsondergang.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store