ausgehen
Pronunciation
/ˈaʊ̯sɡeːən/

Definitie en betekenis van "ausgehen"in het Duits

ausgehen
01

uitgaan, stappen

um sich zu amüsieren oder auszugehen
ausgehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Am Sonntag gehen viele Leute aus.
Op zondag gaan veel mensen uit.
02

opraken, uitputten

Keine Reserven mehr haben
ausgehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Die Zeit ging schnell aus.
De tijd raakte snel op.
03

uitgaan, ophouden met branden

Aufhören zu brennen oder zu leuchten
ausgehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Das Feuer ging wegen des Regens aus.
Het vuur ging uit vanwege de regen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store