Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ausgeben
01
uitgeven, besteden
Geld für etwas bezahlen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
geben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gebe aus
3e persoon enkelvoud
gibt aus
onvoltooid deelwoord
ausgebend
onvoltooid verleden tijd
gab aus
voltooid deelwoord
ausgegeben
Voorbeelden
Sie gibt nicht gern viel Geld aus.
Ze houdt er niet van veel geld uit te geven.



























