Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
auseinandersetzen
01
confronteren met, omgaan met
Sich intensiv und oft mühsam mit einem Problem, einer schwierigen Aufgabe oder einem Konflikt beschäftigen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
auseinander
basiswerkwoord
setzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
setze auseinander
3e persoon enkelvoud
setzt auseinander
onvoltooid deelwoord
auseinandersetzend
onvoltooid verleden tijd
setzte auseinander
voltooid deelwoord
auseinandergesetzt
Voorbeelden
Er setzte sich monatelang mit den Folgen der Pandemie auseinander.
Hij heeft maandenlang met de gevolgen van de pandemie geworsteld.



























