Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
aus
01
van, uit
Beschreibt das Material, aus dem etwas besteht
Voorbeelden
Die Vase ist aus Glas.
De vaas is van glas.
02
uit, van
Zeigt die Herkunft, den Ursprung oder den Ausgangspunkt an
grammaticale informatie
Voorbeelden
Ich komme aus Deutschland.
Ik kom uit Duitsland.



























