aufpassen
auf
aʊf
awf
passen
pasn
pasn
auffassenauflassenaufessenauslassen

Definitie en betekenis van "aufpassen"in het Duits

aufpassen
01

oppassen, bewaken

Sich um jemanden oder etwas kümmern, damit nichts passiert 
aufpassen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
auf
basiswerkwoord
passen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
passe auf
3e persoon enkelvoud
passt auf
onvoltooid deelwoord
aufpassend
onvoltooid verleden tijd
passte auf
voltooid deelwoord
aufgepasst
Voorbeelden
Kannst du kurz auf mein Kind aufpassen? 

Kun je even op mijn kind letten?

02

opletten, aandachtig zijn

Aufmerksam sein und gut zuhören oder hinschauen 
aufpassen definition and meaning
Voorbeelden
Pass im Unterricht gut auf! 

Let goed op in de les !

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store